woensdag 4 mei 2011

Vaststelling:
Wij hebben thuis een kater, en deze is overlaatst behandeld met een product tegen teken. De laatste dagen liggen er dikwijls teken op ons terras. We verwijderen deze dagelijks. Mijn twee zoontjes hebben deze ook al ontdekt. Ik heb hen gezegd dat ze hier niet aan mogen komen. Ze vroegen me waarom niet; Ik heb hen verteld dat je er ziek kan worden als ze je bijten maar wou er wel eens dieper naar op zoek gaan.

Leerwens:
Ik zou graag mijn zoontjes de juiste informatie hierover kunnen vertellen. Zodat ook zij weten waarom we niet aan de teken mogen komen. Ik wil graag meer weten over een teek, over wat deze doet en wat hier de bedoeling en gevolgen van kunnen zijn.

Actieplan:
Ik ga de cursus wo van vorig jaar nog eens uithalen. Hierin stond ook een deel over teken in. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik er niet meer zo veel over weet. Ik ga op het internet opzoeken wat ik er allemaal over te weten kan komen. Ik ga een teek in een potje doen en deze eens bestuderen van dichtbij, eens onder de loep nemen.

Welke roos:
Werkveld: inhoudelijk expert zijn.

Leerplandoelen:

7.6  kinderen zien in dat mensen, dieren of planten op een eigen manier trachten
       in leven te blijven.
7.7  kinderen zien in dat organismen aangepast zijn aan een leefwijze in een
       bepaald milieu.
7.8    kinderen ontdekken dat planten, dieren en mensen zich op een andere
       manier voortplanten.
7.9  kinderen ontdekken en zien in dat elke mens, elk dier en elke plant een
       ontwikkeling doormaakt.
7.15 kinderen trachten door hun gedrag gezondheidsrisico’s te vermijden.

Mijn leerresultaat:

Na de cursus van wo van vorig jaar weer door te nemen waren er een aantal dingen weer opgefrist maar dit ging vooral over de beet en de gevolgen zoals de ziekte van Lyme.
Ik ben op het internet veel te weten gekomen waar ik nog niet op de hoogte van was.
Er was wel iets wat in de cursus anders omschreven staat: teken zijn parasitaire insecten.
Op het internet vond ik het volgende:
Op het eerste gezicht ziet een teek eruit als een insect, maar teken zijn geen insecten. Teken zijn geclassificeerd als geleedpotigen. Dit is een biologische stam van ongewervelde dieren met poten met gewrichten, een gesegmenteerd lichaam en een uitwendig skelet. Binnen deze stam horen teken bij de klasse van spinachtigen, een klasse waartoe spinnen en mijten ook behoren maar insecten niet.  
Een teek kan je herkennen aan het aantal poten (let wel: volwassen teken hebben er 8, echter een tekenlarve heeft er nog slechts 6), het aantal lichaamssegmenten en het steekorgaan op de kop van de teek.
De 3 belangrijkste verschillen tussen insecten en teken zijn:
-         Insecten hebben 3 lichaamssegmenten, maar teken hebben er 2.
-         Volwassen insecten hebben 6 poten, maar volwassen teken hebben er 8.
-         Insecten hebben vleugels en antennes, maar teken hebben dit niet.

Er zijn wereldwijd ongeveer 820 soorten teken geïdentificeerd zijn. Waarvan er een 100-tal in staat zijn om bacteriën, virussen en sommige giffen over te brengen op de mensen.
Teken worden onderverdeeld in 2 categorieën: harde teken, welke een geheel of gedeeltelijk schild over hun rug hebben, en zachte teken, welke geen schild hebben. Er zijn ongeveer 650 verschillende harde teken en 170 verschillende zachte teken.

Teken doorlopen 4 levensstadia: ei, larve, nimf en adult. Alleen tijdens de stadium van het ei is de teek niet in staat om infecties te verspreiden, in al de 3 andere stadia wel.
In volwassen stadium zijn teken slechts enkele milimeters groot. In larve stadium heeft de teek nog 6 poten, terwijl deze in nimf- en adultstadium 8 poten heeft.
De gehele levenscyclus van een teek duurt gemiddeld 2 jaar, maar kan ook slechts 1 of 3 jaar duren, afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel.

Teken klimmen in grassen, struiken en kreupelhout en wachten tot een gastheer langs komt en grijpen zich daaraan vast. Ze detecteren hun potentiële gastheer door de uitgestraalde lichaamswarmte, uitstoot van kooldioxide en wellicht ook door geuren.
Een teek blijft meestal lager dan een meter boven de grond en kan niet springen of vliegen.
De meeste teken voeden zich  bij voorkeur niet op mensen maar wel op herten, muizen, eekhoorns en vogels. De larven en nimfen vaak op kleine zoogdieren en de volwassen teken vaak op grotere zoogdieren. Maar wanneer een mens toevallig op het juiste moment langskomt kan deze ook worden gezien als een geschikte gastheer.
In het speeksel van de teek zit zowel een verdovende stof als een stof die de bloedstolling tegen gaat. Hierdoor wordt de tekenbeet niet gevoeld, en kan de teek zich onmerkbaar ergens neerzetten. Een teek kan enige dagen tot wel een week lang op dezelde gastheer blijven zitten.

Een volwassen vrouwtjes teek die ziekteverwekkers bij zich draagt kan deze aan een deel van de eitjes doorgeven. De eitjes en de larven kunnen dus al geinfecteerd zijn. Maar de meeste teken raken geïnfecteerd door zich te voeden met geïnfecteerd bloed van de gastheer. Vooral de nimfen, die al een keer bloed hebben gezogen en dus een grotere kans hebben om geïnfecteerd te zijn, vormen een groot risico voor mensen. Doordat ze zo veel kleiner zijn dan de mens worden ze vaak over het hoofd gezien.
Hoe langer een geïnfecteerde teek blijft vastzitten, hoe groter de kans op een infectie. Een teek moet daarom snel maar wel secuur worden verwijderd.

Hoe je een teek moet verwijderen wist ik wel nog van vorig jaar en ook de ziekte van Lyme wist ik nog.

Samen met mijn zoontjes heb ik de teek, die ik in een afgesloten potje had gedaan, bestudeerd met een vergrootglas. Zo waren de pootjes veel duidelijker zichtbaar. Volgens mij was het een vrouwtjes teek in de adultstadium. Dit omdat vrouwtjes na een bloedmaaltijd tot 1cm kunnen worden en deze had 8 pootjes. Mijn zoontjes vonden het blijkbaar ook boeiend om deze beestjes eens van dichtbij te bekijken zonder dat ze er zelf aan kwamen. ik heb hen zoveel mogelijk verteld van wat ik van informatie heb opgedaan.
Het was voor mij een leerrijke ervaring doordat er dingen terug opgefrist zijn die ik eigenlijk al wist en omdat ik een aantal nieuwe dingen te weten ben gekomen.


                          

zaterdag 16 april 2011

De 9 bestaansdimensies van WO

Mens en levensonderhoud:
Ik denk dat ik hier zelf al redelijk van op de hoogte ben. Ik heb een gezin waarvoor gezorgd moet worden. Dus ben ik er eigenlijk wel dagelijks mee bezig. Je moet werken gaan om brood op de plank te krijgen. Voor mij is samenwerking op het werk ook een belangrijk aspect. Dit is iets waar ik mij zeker voor inzet. Ik besef zeker dat er veel ongelijkheid heerst onder de mensen en dat is iets waar ik het wel moeilijk mee heb. Dit is zowel in mijn omgeving, als in ons land maar zeker ook in de andere landen.
Ik denk dat dit een bril is waar ik me wel nog verder in kan verdiepen, dit naar de andere landen en arbeidsomstandigheden toe.


Mens en zingeving:
Dat ieder mens uniek is vind ik gewoon prachtig. Ieder heeft zijn eigenheid en zijn eigen levensverhaal. Ik vind het heel belangrijk dat dit voor iedereen ook een plaats krijgt. Dat er naar hen wordt geluisterd en dat iedereen wordt aanvaard hoe hij ook is. In mijn omgeving komen verschillende nationaliteiten voor. Zelf ga ik nu terug wat meer moeten stilstaan bij het christendom. Dit omdat mijn oudste zoon dit jaar zijn eerste communnie gaat doen en ik er eigenlijk allemaal niet zo veel meer van afweet. Thuis werd hier vroeger eigenlijk niet veel aandacht aan besteed en mijn schoolse kennis is een beetje verloren gegaan door er niet meer mee bezig te zijn. Tijdens de godsdienstlessen in deze opleiding is er weer wat zin opgeflakkerd om meer op zoek te gaan maar ik ga dit nog intenser moeten gaan doen. Ik wil wat meer te weten komen op vlak van verschillende levensbeschouwingen. Ik heb al een aantal boeken in huis gehaald over onder andere het boedhisme, de islam, ... nu alleen nog wat tijd vinden om me hier in te verdiepen. Op dit vlak is dit nog een werkpunt voor me.


Mens en het muzische:
Op mijn werkplek heb ik op het gebied van het muzische tot nu toe vooral gewerkt rond ‘beeld’. Dit omdat ik dit domein zelf graag doe. Ik knutsel graag en ik merk dat de meeste kleuters in mijn klas dit ook graag doen. Ze komen er zelf achter vragen om met mij iets te creeëren. Op het vlak van muziek en drama heb ik wel nog wat in te zetten. Dit is iets waar ikzelf nog een beetje vrees van heb doordat ik hier wat onzeker van wordt. Ik zou mij hierover moeten zetten en gewoon moeten doen.
Ik vind het belangrijk om te genieten van de dagelijkse dingen die ik tegenkom, zoals onderandere de vogels die fluiten, de zonnestralen waar iedereen blij van wordt, kunstwerken die je in de stad bijvoorbeeld tegenkomt,...
Ik heb vorig jaar zelf veel plezier beleefd bij het bezoeken van een aantal projecten. Ben naar een museum, een musical, een balletvoorstelling, een theatervoorstelling, een concert geweest. Daar kan ik eigenlijk wel van genieten maar ik zou dat veel vaker willen doen. Ik heb echt bewondering voor die ‘dansers en kunstenaars’. Er is echter nog veel kennis die mij ontbreekt in verband met de stijlkenmerken en technieken van schilders. Hier zal ik de basiskennis nog eens van onder de loep moeten nemen.


Mens en medemens:
Het omgaan met anderen is iets wat mij wel ligt. Ik ben een heel sociaal persoon. Ik waardeer ieder zijn eigenheid. Ik kan me ook goed inleven in de gedachten en gevoelens van anderen. Ik moet ook een beroep uitoefenen waar ik tussen de mensen ben want een job waar ik alleen op een bureautje zou zitten, daar zou ik aan onder door gaan denk ik. Dat zou niks voor mij zijn.
Ik wil ook altijd het beste doen voor mijn naasten. Ik zou er alles voor doen om iedereen gelukkig te krijgen.
Met mezelf in beeld te brengen heb ik het dan weer wat moeilijker. Ik ben soms onzeker om mijn gevoelens te verwoorden en onderschat soms mijn eigen vaardigheden. Naar mezelf toe is dit iets waar ik aan aant werken ben maar dit moet zeker nog evolueren.

Mens en samenleving:
In onze multiculturele samenleving kan ik het vinden doordat ik in mijn omgeving met verschillende levensstijlen en culturen in contact kom. Ik heb verschillende vrienden die een andere huidskleur en een ander geloof hebben. Ik heb hier geen problemen mee. Ook in mijn stageklas zitten verschillende nationaliteiten.
Regels en afspraken zijn noodzakelijk in onze samenleving om alles in goede banen te kunnen leiden.
Over het bestuur van ons land en dat van andere landen ben ik niet goed op de hoogte. Dit omdat ik hier eigenlijk nooit echt aandacht aan heb besteed. Ik zou mij hier echter eens serieus moeten in verdiepen dat ik weet hoe het er eigenlijk aan toe gaat met het bestuur van ons land. Dit is zeker nog iets waar ik aandacht moet aan besteden om mij hierin te verdiepen.

Mens en techniek:
Techniek is iets waar ik op het werk wel mee te maken heb. Dan heb ik het over het in elkaar steken van slaapkamers, buggy’s, badmeubels,... Dit omdat ik op een baby-afdeling werk en hier niet de magazijniers dit werk doen maar ik. Ik vind dit eigenlijk wel een aangename bezigheid. Ik ben altijd fier als mij dit weer eens goed gelukt is en wanneer er mensen een meubel willen kopen uit de winkel zodat zij dit niet meer hoeven uit te pluizen om het in elkaar te krijgen.

Wanneer ik dan vermeld dat ik dit hier allemaal ineen gezet heb zie je meestal de mannen toch wel raar opkijken.
Met andere technische handelingen of instrumenten kom ik eigenlijk weinig in contact. Ik zou eigenlijk veel meer gebruik moeten maken van instrumenten. Van verschillende technische systemen heb weinig kennis omdat het technische aspect van een onderwerp mij nooit zo heeft geboeid. Ik heb hierrond eigenlijk nooit veel vragen rond gesteld en er niet veel bij stil gestaan.
Het is voor mij een werkpunt om bij bepaalde onderwerpen meer stil te staan en effectief op zoek gaan (op een actieve manier dan)  hoe het eigenlijk allemaal in zijn werk gaat, hoe een bepaalde constructie in elkaar zit,...


Mens en natuur:
In de natuur zijn er veel dingen waar ik enorm van kan genieten. Nu zie je op veel plaatsen die mooie  bloesems aan de bomen. Wanneer de herfst zijn eerste sporen laat zien door al de mooie kleuren die je dan overal kan waarnemen. Een sneeuwlandschap, wat ik elke winter prachtig van dichtbij kan waarnemen. Ik woon naast een agrarische zone, en heb dus een beeldig zicht vanuit mijn living.
De zonsopgang en –ondergang, al de dieren,...
Ik ben me ervan bewust dat de natuur heel dikwijls het slachtoffer is van al de daden die wij,mensen, de natuur aandoen.
Thuis sorteren we alles zo goed mogelijk. Wanneer we bij ons naast op het fietspad komen is het dikwijls schrijnend om te zien hoeveel afval er zo maar wordt neer gegooid. Ik heb al zo dikwijls gehoopt om te kunnen zien wie dat telkens doet. Het is zo erg dat iemand de natuur zo vervuild.
Ik heb wel ontdekt dat er nog dingen zijn die ik kan leren over de natuur. Zo zijn er bijvoorbeeld nog een aantal basisbegrippen, bijvoorbeeld de bouw van een plant, die ik nog eens moet oprakelen. Eveneens over de voortplanting van planten heb ik nog te weinig kennis.


Mens en tijd:
Tijd is iets waar ik veel tekort van kom. Ik wil zoveel doen er ik heb nog zoveel te doen en daar is echt wel een goede planning voor nodig. Ik besef echter dat ik meer mijn best moet doen om me te houden aan deze planning.
Geschiedenis was het vak waar ik vroeger op school het meeste problemen mee had. Ik deed dit toen echt niet graag maar nu weet ik dat dit voor een groot deel te maken had met de manier waarop de lessen toen gegeven werden. Wanneer er toetsen waren was dit voor mij altijd van buiten leren maar natuurlijk ben je dat een tijdje later allemaal vergeten. Zo ben ik tot de conclusie gekomen dat ik nog heel weinig weet over de tijdslijn met de verschillende perioden van de Europese geschiedenis. Deze dient zeker nog eens opgefrist te worden.

Mens en ruimte:
De ruimtes waar ik me regelmatig in bevind in mijn directe omgeving probeer ik zo aangenaam mogelijk in te richten en aan te kleden. Ieder heeft recht op zijn eigen persoonlijke ruimte en daar moet begrip voor opgebracht worden.
Mij oriënteren is iets wat me wel goed lukt, ik kan goed kaart lezen en heb dikwijls een fotografisch geheugen waardoor ik wegen zeer goed kan onthouden. Plaatsen aanduiden op een landkaart of wereldkaart is dan weer iets waar ik niet zo goed in ben.
In het verkeer hebben we dagelijks te maken met situaties waarmee we rekening moeten houden met allerlei andere weggebruikers, hindernissen,... op dezelfde weg. Dit is meer en meer nodig door de stijgende hoeveelheid van het aantal voertuigen op de weg.
Mijn explorerende grondhouding


Ik stel vast dat mijn explorerende grondhouding niet meer is wat het vroeger was. Ik zou terug een beetje meer mijn best moeten doen om  al mijn zintuigen echt wel intens in te zetten en hier ook meer over nadenken. Ik ben wel nieuwsgierig maar ik merk dat ik de laatste jaren alles gewoon doorloop en onderga zonder al te veel stil te staan bij de dingen die gebeuren en dat ik te weinig vragen stel hierbij.

Ik maak natuurlijk wel gebruik van mijn zintuigen maar dit is toch nog voor verbetering vatbaar. Dit kan nog intenser.

Wanneer ik kijk naar het criteriablad voor de explorerende grondhouding kom ik tot volgende punten die ik al doe:
-         ik kan gedetailleerd waarnemen.
-         Ik kan spontaan vertellen wat ik vroeger al eens heb meegemaakt met dit materiaal, mijn voorkeur, ...
-         Aan mijn lichaamstaal kan je zien hoe ik mij erbij voel wanneer ik het materiaal ontmoet en exploreer.
-         Ik toon bezieling, enthousiasme, verwondering, bewondering, respect, begrip,... tijdens het exploreren.


De volgende punten zijn werkpunten voor mij. Ik wil hier zeker aan werken om me deze dingen eigen te maken. Ik zou dit spontaan willen inzetten zonder daar nog bij te moeten nadenken.
-         Ik moet meer spontaan contact zoeken met materialen uit mijn omgeving.
-         Ik zou mijn zintuigen intenser moeten inzetten.
-         Ik moet mijn zintuigervaringen en gevoelsindrukken bij een eerste contact met het materiaal spontaan verwoorden.
-         Ik moet leren om spontaan onderzoeksvragen en leervragen te stellen over het materiaal.
-         Ik moet meer spontaan exploreren en niet alleen opdrachtgericht.
-         Ik moet gebruik maken van hulpmaterialen en onderzoeksmaterialen om zelf meer eigenschappen en mogelijkheden te ontdekken over het onderwerp.